Ingezonden bijdragen van Ruud Jansen

Terug naar de vorige pagina <<

 

door Ruud Jansen

OVER STRAATNAMEN

Soms komen m’n verhaaltjes voor de website Zuidelijke Wandelweg op een wonderlijke wijze tot stand. Dan speelt er al een tijdje een flard van een gebeurtenis of een naam door m’n hoofd die dan onverwacht concreter wordt door iets wat ik hoor. Of zie.
Hť, denk ik dan. Dat doet me toch sterk denken aan ….. Heb ik daar niet ergens een foto van, of een knipsel?
Zo is het dus ook met dit verhaal hoewel in dit geval de aanleiding maar zijdelings iets met het onderwerp te maken heeft. Het is namelijk het Waterlooplein in een recent verhaal waarin de schrijver het ondermeer over Moffie heeft.
Moffie was een van de vele handelaren die een plaats hadden op het Waterlooplein van na de oorlog 40-45 in de periode voor de kaalslag ten behoeve van de Stopera toesloeg. Een gebouw overigens waaraan ik maar niet kan wennen omdat ik het zo vind detoneren met z’n omgeving maar dat terzijde.
Moffie verkocht niet alleen horloges, scheermesjes en vulpennen maar voerde daar ook altijd een act bij op die zorgvuldig werd opgebouwd. Met eerst een introductie, over de aard van het artikel. Vervolgens ging hij over op de bijzondere eigenschappen van dat product, al dan niet met een demonstratie om de ongelovigen onder zijn toehoorders over de streep te trekken waarna ten slotte het ogenblik aanbrak dat hij zijn publiek met een groot gebaar tot stilte dwong en de retorische vraag stelde: “Koopman, wat kost dat?”

Foto: Ruud Jansen
“Moffie” op het Waterlooplein
Foto: Ruud Jansen
Waterlooplein zoals het was

Op deze wijze verkocht hij veertiensteens gelagerde ankerhorloges, scheermesjes die na een week scheren nog net zo scherp waren als toen ze uit de verpakking kwamen, aanstekers die nooit bijgevuld behoefden te worden en lucifers die zelfs in natte toestand nog ontbrandden.
“En dan zult u natuurlijk zeggen, koopman, wat kost dat? Wat vraagt u voor een pakje van deze Zwitserse precisiegeslepen scheermesjes? Dat ga ik u nu vertellen. Ik vraag u ťťn gulden maar daarvoor ontvangt u niet ťťn pakje van deze bijzondere scheermesjes, nee, ik geef u er twee. En daar doe ik er dan nog eentje bij en nog een. Vier pakjes van deze Zwitserse precisiemesjes voor de prijs van een gulden. Wat zegt u? U vindt dat nog te duur? U wilt dat Moffie vandaag gek gaat doen. Dat Moffie z’n handel gaat weggeven?”
En vervolgens verhoogde hij de aanbieding tot vijf of zes pakjes, nog steeds voor die ene gulden tot de eerste kopers naderbij kwamen om van dat buitenkansje gebruik te maken.
Prachtige voorstellingen waren het die altijd veel publiek trokken.
Moffie was dus wat je een standwerker noemt en een van hoog niveau.
Op dat Waterlooplein heb ik einde jaren vijftig een aantal foto’s gemaakt en het leek me gewoon leuk om die bij het artikel te plaatsen waarover ik hierboven schreef. Maar waar bewaarde ik die ook alweer? Dat werd dus even zoeken maar uiteindelijk vond ik ze in de verzameling waarin ik oude stadsgezichten bewaar.
Al bladerend door andere boeken en mappen viel m’n oog toen ook op een serie krantenknipsels die ik ooit heb verkregen op een wijze die ook al weer een toelichting verdient.
M’n zwager kocht namelijk tien vijftien jaar geleden een oud huis in Hilversum. De bewoonster, een weduwe, was overleden of naar een verzorgingshuis gegaan en de nabestaanden wilden de woning kwijt.
Tijdens het helpen bij het leegruimen van de zolderverdieping, er was heel wat achtergelaten, troffen we daar een gedeelte van het archief van de oorspronkelijke eigenaar aan. De man was journalist of redacteur geweest bij de Gooi en Eemlander en had kennelijk een hekel aan weggooien gehad. Vooral uit de periode 1940-1945 waren allerlei dingen aanwezig waarvan ik het zonde vond om ze weg te gooien. Ingezonden brieven aan de krant waar hij gewerkt had, bonkaarten, voor die tijd kenmerkende verpakkingsmaterialen, ook krantenknipsels en nog veel meer.
Een van die knipsels had betrekking op de straatnamen in de hoofdstad. Onder het opschrift “Nederlandsche namen in de hoofdstad gevraagd” werd daarin de Joodse herkomst van veel straatnamen beschreven en de schrijver vond dat het tijd werd dat die door Nederlandse namen vervangen werden. Een vunzig stuk journalistiek dat ik na enige aarzeling toch aan dit stuk heb toegevoegd omdat het een rol speelt in het vervolg van dit verhaal.
Toen m’n oog bij het zoeken van de foto’s van Moffie al bladerend op dat artikel viel kwam namelijk in een flits de verbinding tot stand met de herinnering aan een flard van een gebeurtenis zoals ik dat in het begin van dit stuk beschrijf.
Even tussendoor, ik geef toe dat ik me te buiten ga aan een lange inleiding en het wordt nog ingewikkelder. Die herinnering was op zijn beurt bij me te voorschijn gekomen door de wandeling die we een paar weken geleden in de Scheldestraat maakten om foto’s te maken en had te maken met de naam van de Jozef IsraŽlskade tijdens de oorlog. Uit een afgelegen hoekje in m’n geheugen kwamen toen wat vage beelden naar boven, een hidden file om in computertermen te spreken, van een andere naam. Omdat de oorspronkelijke naam in opdracht van de Duitsers of de NSB was veranderd. In iets met Toren of Toorop. Charlie Toorop, Jan Toorop? Tooropkade?
Waar kan je zoiets nagaan? Misschien zat ik er wel helemaal naast. Of was de naam in iets heel anders veranderd?
Ik vond de oplossing uiteindelijk na een zoektocht op Internet waarbij Google het nodige werk voor me verrichtte.
In de site van het Verzetsmuseum Amsterdam is onder de verzamelnaam Propaganda namelijk een verhandeling opgenomen over straatnamen in 1940-1945.
Die begint aldus: “In 1942 werd in Amsterdam, per besluit van burgemeester E.J. Voute, een aantal namen van straten en parken veranderd.”
In het betreffende stuk wordt vervolgens beschreven wat er in die tijd is gebeurd. Bij dat besluit werd ondermeer de naam van de Jozef IsraŽlskade veranderd in Tooropkade. De schrijver van dat stuk riooljournalistiek had dus zijn zin gekregen.
De veranderingen golden ook voor namen die verwezen naar het Koninklijk Huis. De naam van het prinses Beatrixpark werd bijvoorbeeld gewijzigd in Diepenbrockpark.

Het was dus inderdaad Tooropkade, een naam die na de oorlog weer snel werd hersteld in Jozef IsraŽlskade. Die plaats brengt me overigens op een ander onderwerp. Op twee eigenlijk. De Oude RAI en de kermis die werd gehouden op dat braakliggende stuk land dat er naast lag.
Maar dat bewaar ik maar voor een volgende aflevering.

Als afsluiting het krantenknipsel uit de oorlog waaraan ik refereer. Zoals ik al schreef had ik wat aarzeling om het op te nemen. Ten onrechte denk ik nu. ’t Is een stukje geschiedenis om te bewaren. Als voortdurende waarschuwing.

Ruud Jansen, 25 mei 2006 - e-mail: ruudenlia@wanadoo.nl

<< index Ruud Jansen

Terug naar de vorige pagina <<