Ingezonden bijdragen van Ruud Jansen

Terug naar de vorige pagina <<

 

door Ruud Jansen

ZOVEEL TE DOEN
part one

Zo lig je in het ziekenhuis, zo ben je weer thuis.
Bijna twee weken na m’n hartinfarct lig ik op de vroege zondagochtend wat in bed te schrijven. Ook dat hoort bij het verdere herstel thuis, bij het geleidelijk weer oppakken van de touwtjes waarmee ik tot nog toe m’n leven bestuurde.
Of dat meevalt? Ja en nee. Ik ben gauw moe, beetje pijn in m’n hoofd als bijwerking van een van de medicijnen, dingen als autorijden zijn er nog even niet bij, in een rustig tempo weer op gang komen luidt het voorschrift en soms speelt de angina pectoris daarbij even op.
Zes verschillende medicijnen moeten me helpen, een schoenendoos vol voor 8 weken. Lia heeft wat slimme pillendoosjes met een weekindeling voor me gekocht om te voorkomen dat ik er een paar vergeet in te nemen.
Maar straks ga ik lekker m’n wandelingetje maken en zo moet het geleidelijk beter gaan want zoals ik al aan een paar mensen schreef, er is nog zoveel te doen. Eentje stuurde me daarop als reactie een mailtje met als bijlage het nummer van de vroegere popgroep Toontje Lager. Zoveel te doen, ik heb nog zoveel te doen ….enz. Lia heeft er een stukje van gekopieerd, ik stuur het mee, kan je het ook even afdraaien op je computer.
Maar goed, de verrassingsaanval van bijna twee weken geleden heeft het nodige veranderd in het dagelijkse bestaan van deze pensionado. Ik kijk anders aan tegen een aantal zaken. Het verblijf in het ziekenhuis is daar een voorbeeld van. Dat kende ik tot die tijd alleen van het bezoek aan andere mensen die ziek waren en dan zie je alleen maar een stukje buitenkant. Een organisatie waarin niet veel leek te gebeuren. De werkelijkheid bleek anders. Om een ziekenhuis te laten functioneren moeten er wel duizend en zaken geregeld worden. Allerlei taken en werkzaamheden die erop gericht zijn om zorg te bieden aan de patiŰnten die in bed op genezing wachten. Ik heb daar nog een paar verhalen over gemaakt, ondermeer over een paar dametjes in de kamer naast me, maar die bewaar ik nog even.
In het ziekenhuis heb ik er trouwens een nieuwe vriend bij gekregen. Zittend op m’n schouder fluistert hij me regelmatig dingen in die ik helemaal niet horen wil. Niet weten wil. Ik probeer hem dan weg te jagen, slaag er ook wel in maar het is een hardnekkig baasje.
De bezoekuren zorgden gelukkig voor de nodige afleiding. Alles zag er dan weer beter uit. Door het praten over thuis, of er nog post was, hoe het met iedereen ging, de plannen van m’n zwager en schoonzus om een huisje in Frankrijk te kopen. Ooit fantaseerden we met ze over een huis waarin we met een hele groep zouden wonen waarbij ik als een soort godfather onder de eikenboom mocht zitten met een glaasje rode wijn onder handbereik.
Die nieuwe vriend over wie ik net schreef, is wel met me mee gekomen naar huis. Als ik een dipje heb tikt ie meteen op m’n schouder. Ik jaag hem weg met de opmerking dat er wel honderdduizend mensen in Nederland zijn die hetzelfde hebben gehad als ik. Dat die na hun revalidatie weer prima functioneren.
Met een “Schiet op, wegwezen jij” veeg ik hem van m’n schouder en mopperend trekt ie zich dan terug. Mompelt nog zoiets van ‘wacht maar’ maar ik negeer hem verder. Dat is gewoon het beste.
Hoe laat is het eigenlijk? Kwart over acht al. Tijd om op te staan. Tijd om leuke dingen te doen. En dat zitten onder die eikenboom komt ook, ooit.

Zoveel te doen, ik heb nog zoveel te doen ……….

erJeetje

ZOVEEL TE DOEN
part two

 
Zo heb je niets, zo rijd je in een ambulance richting ziekenhuis, schreef ik bijna drie weken weken geleden. Na een week was ik weer thuis met een baal medicijnen en de hoop dat ik met een wat aangepaste manier van leven weer gewoon verder kon.
Dat viel echter tegen, m'n hart bleef zo nu en dan opspelen en op woensdagavond, 28 juni om precies te zijn, reed ik voor de tweede keer richting ziekenhuis Amstelland en omstreken, vanwege pijn achter m'n borstbeen die ondanks pilletjes en nitrospray niet te verdrijven was.
Ik zal jullie verdere details besparen maar een ding was duidelijk. Verder onderzoek was noodzakelijk en zo lag ik de vrijdagochtend daarna al op de cardiologieafdeling van het OLVG in Amsterdam om gekatheteriseerd te worden. Drie kwartier later verliet ik die afdeling met een zgn. stent in een van kransslagaders. Bij de katherisatie was namelijk gebleken dat de betreffende ader op een plaats bijna dicht zat als gevolg van een verstopping. Dotteren is dan een oplossing om die verstopping op te heffen en vervolgens het plaatsen van een zgn. stent om ervoor te zorgen dat de betreffende plaats niet opnieuw dichtslaat.
Wat een wonder van techniek is dat toch. Via de slagader wordt via de pols een dun buisje ingevoerd en vervolgens naar je hart gevoerd. Nadat er een hoeveelheid contrasterende vloeistof is ingevoerd wordt er vervolgens via R÷ntgenopnamen ge´nspecteerd wat er aan de hand is en of eventuele afwijkingen met dotteren verholpen kunnen worden.
Twee dagen later, op zondagmiddag dus, mocht ik weer naar huis. Beetje moe door de spanning van de voorgaande weken maar zonder dat beklemde gevoel op de borst dat de voorgaande weken zo nu en dan de kop opstak.
Schreef ik vorige keer dat het wennen was aan de nieuwe situatie waarin ik was verzeild? Dat geldt nog steeds maar ik zie de komende jaren nu een stuk optimistischer tegemoet. In ieder geval moet ik de komende weken weer rustig op gang komen. Beetje wandelen, wat fietsen als het zwevende gevoel in m'n hoofd (gevolg van de medicijnen) verdwenen is.,'s middags een uurtje plat, van die dingen.
Oh ja, die nieuwe vriend, die zich een paar weken geleden op m'n schouder had ge´nstalleerd, is voorlopig met stomheid geslagen. En wat mij betreft trekt ie voorgoed aan z'n stutten. Want een ding is zeker, er is nog zoveel te doen.
"Zoveel te doen, er is nog zoveel te doen, ik wil gaan schrijven, reizen, schilderen, bewegen, Zoveel te doen ....."

erJeetje

Ruud Jansen, 25 juni 2006 - e-mail: ruudenlia@wanadoo.nl

<< index Ruud Jansen

Terug naar de vorige pagina <<