| Woorden uit de Waalstraat
Zo nieuw was nieuw nog nooit geweest
Er was een korte tijd dat ik vaak in Ootmarsum kwam (ruim
n jaar woonden we verderop). Ik werkte nu en dan voor de gemeente
(freelance reclame: men wilde meer toerisme) en we leerden er veel mensen kennen. Zo
kwamen we in contact met veel van de oeroude tradities van het stadje. Zoals het
vlöggeln, het paosstaok haoln, de brulftneugers, de kolde karmis en méér.
De komst van het nieuwe jaar (in ons geval 1967) was ook heel apart: op oudejaarsavond
gingen alle cafés dicht (er waren er zeker 30 op een bevolking van ruim 3000, meent
mn geheugen). De inwoners verzamelden zich op het Kerkplein en wachtten daar op de
slag van twaalf. Toen deze viel, ging de stadsomroeper rond om het nije jaor luidkeels aan
te kondigen. Vervolgens openden de cafés weer en ieder had recht op twee gratis
consumpties per café. De mensen stróómden...
Dat was heel anders dan in het naoorlogse Amsterdam. Toen gingen alle cafés dicht op
oudejaarsavond en ze openden bijna allemaal pas weer op 2 januari. Het was triest in de
koude straten: iedereen die een thuis had of vrienden met een thuis, zat binnen. Alleen
wat kamerbewoners, die geen thuis hadden, nergens een feest wisten, en op een kleine
zolder- of zijkamer (vaak zonder kachel) woonden, liepen door de stad, hopend op een
kennis, een tňch open café.
Mijn ex was in Amsterdam geboren, maar goeddeels in Oost-Indië opgevoed. We vierden
thuis. Ik maakte Bisschopswijn (met 1, 2 of 3 s-sen), er was fris voor de kinderen die
later op de avonden werden gewekt, we keken naar TV (kluitjekijken was een nieuw
communicatiemiddel in de maatschappij geworden), tegen twaalven werden de katten tegen het
naderend lawijt in de badkamer opgesloten, en mijn vrouw deed alle lampen in het huis aan
dat schrikte de geesten af, die niet meer wisten waar ze het zoeken moesten toen
het vuurwerk losbarstte.
Dat lawaai was voor mij altijd een herhaling van WO II, vooral van die oudejaarsnacht in
die hongerwinter die mn uitzicht was over een sneeuwwitte Binnendijksche
Buitenveldersche Polder. Het vuurwerk kwam toen tot muurscheurens toe van het Flak op het
botenhuis van de Bosbaan (150 meter van onze oren verwijderd, schat ik). Er schoten
voortdurend zoeklichtstralen naar de geallieerde vliegtuigen, die een hemelgrote paraplu
van gebrom vormden. Achter de horizon weerlichtte nog veel meer geschut. Ik zat op een
fiets te trappen, die een opgetild achterwiel had, waaraan de dynamo zat: zo
hadden we nog wat licht op fietslampsterkte. We stookten een noodkacheltje, van een
verfblik gemaakt. We aten koekjes van suikerbiet met wat aardappel gemengd, we proostten
met mager water uit wijnglazen. Op de Bevrijding, zeiden we.
Nu. in de Waalstraat: ik zit alleen, ik wil oudejaar niet vieren, en ik vlucht om 24.00
uur naar de achterkamer, waar het een klein beetje stiller is, en doe oordopjes in als het
Grote Geweld mn wereld in schiet.
Zoals ik een tiental jaren geleden in mn boek Kijk Mensen! schreef:
De muren van de nacht waren behangen met sterren en
stilte, en ergens éénoogde een kazige, milde maan. Maar een twee minuten voor
Nieuwjaarsdag sprongen er ineens oorkrakers als doodkrakende dieren over het asfalt: een
geluid vol bloeddorst ramde tegen mn ramen. (...)
Schrik en angst pakten me aan. Als vleeseters! Als ikvreters! Ik vluchtte naar de
achterkamer. Mn bloed pompte sneller dan de twaalf slagen, mn lichaam trilde
als een gevangen konijn. Ik werd slaaf. Ik werd slachtoffer. Leven stortte in. En ik
hoorde hoe de oorlog begon. Oorlog tussen wie? Ik wist het niet: oorlog is groter dan de
mens.
Een stortvloed van stuiters (of waren het kogels?) kwam op een metalen straat terecht.
Schichtig als in paniek fliststen hellichte zevenklappers heen en weer tussen de gevels.
Gillen vlogen naar de hemel toe. n Staaf beukte op onze autos: ijzeren geluid.
Bommen werden omhooggeslingerd en explodeerden ruig tegen de muren van de nacht. De
sterren vielen achter de huizen, de maan werd uiteengescheurd en stierf. Ik hoorde een
gigantische rubberen hamer slaan op het dak van de nacht: het heelal, mn huis ook,
trilde van de slagen en na elke klap hoorde je flarden lucht wegzuigen.
De oorlog braakte over me heen... braakte zich uiteindelijk leeg.
Dit jaar was het wat erger. De hiertelandse mensheid had
toestemming zwaarder lawijt te kopen. De verslaafde heeft steeds sterker prikkels nodig.
En kijk eens aan: toen ik de volgende ochtend slaperig uit mn raam keek, waren de
geesten nog méér verdwenen dan in vorige jaren. Zo nieuw was nieuw nog nooit geweest...
P.S. In mn column Hoe verkeerd kan het verkeer zijn?
had ik het over het kruispunt Rooseveltlaan/Waalstraat. De veiligheid is daar intussen
heel wat verbeterd: er zijn verkeersdrempels gemaakt en zebrapaden aangelegd.
* vlöggeln: met Pasen hand in hand door het
stadje gaan, zingend Christus is opgestanden * paosstaok: hout voor de paasvuren *
brulftneugers: twee mannen in klederdracht, die ieder gezin voor een huwelijksfeest
uitnodigen * kolde karmis: laatste kermis van het jaar * Flak: Flugzeug Luft Abwehr
Kannone
Karel N.L. Grazell
- Stadsdeeldichter ZuiderAmstel
Reageren?:
Gastenboek |