| Woorden uit de Waalstraat
Best Letterkundig Museum, beste gemeente Amsterdam en
beste CPNB,
^^^ Op Gedichtendag 2007 heb ik mn toehoorders een gedicht laten maken van tien
tellen stilte. De jamben vlogen ons om de oren.
Als stadsdeeldichter van ZuiderAmstel schrijf ik onder meer stadsdeelgedichten bij
officiële activiteiten van dit Amsterdamse stadsdeel en lees ze daar voor (zoveel maal
het woord stadsdeel heb ik hier gebruikt, en toch gaat het maar over één ZuiderAmstel
kunt u nagaan hoe ZA aan mn hart gebakken is). Zo stond ik bij het slaan van
de eerste paal van het nieuwe stadsdeelkantoor op de katheder, en zo ook tijdens de
nieuwjaarsreceptie van de stadsdeelraad.
Daarbij is het mijn taak om op mn eigen wijze de poëzie te promoten in
ZuiderAmstel, dat stadsdeel vol van poëzie..
Ik ging daarom op Gedichtendag (25.1.07) voorlezen in de Openbare Bibliotheek van
Buitenveldert. Er was een aardig deel van de stadsdeelbewoners aanwezig. Zes aardige
mensen, inclusief de man van de bibliotheek en degene die me per auto vervoerde.
Ik begon met te vragen om tien tellen stilte. Daarna meldde ik dat het Gedichtendag was in
België en Nederland en dat het thema van deze dag stilte was. U hebt dus nu een
gedicht van tien tellen gemaakt, zei ik. Vervolgens las ik gedichten over het
stadsdeel voor, afgewisseld met verhalen over hoe het vroeger was in de Buitenveldertse
Binnendijkse polder, voordat er huizen gingen wonen en hypotheken en... en....
Zes mensen om naar mn schrijfwerk te luisteren. Maar het voorlezen was toch een
mooie gebeurtenis, daar in de bibliotheek, het gebeurde in een bijna intieme sfeer..
^^^^ Een gelegenheidsrijmpje voor Sint, bruiloft, verjaardag... ach, dat kàn leuk zijn.
Een gelegenheidsgedicht, zoals bijvoorbeeld Van den Vondel maar al te vaak schreef, heeft
al iets méér.
Zes luisteraars? Poëzie vraagt hard om promotie. Kunst in de openbare ruimte kan het hier
en daar toch zéker met gedichten doen. Dienstvaardige en handelskrachtige gebouwen
verdienen een gedicht in bijvoorbeeld hun ontvangstruimte. Ik heb zelf namen als Praxis en
Officia (kantoorgebouw in Buitenveldert) bedacht: niemand is ooit op de gedachte gekomen
me een toepasselijk gedicht te vragen. Promotie kan op zoooveel manieren.
Een stads(deel)gedicht is wel bij een gelegenheid geschreven, maar sinds de goudeneeuwse
pogingen van genoemde dichter Joost is er veel veranderd. De poëzie heeft zich meer
ontwikkeld. Stads(deel)gedichten zijn nauwelijks of niet maakwerk, ze worden steeds meer
poëzie die dankzij de verspreiding door media de poëzie dichter dan ooit bij de
steeds meer betrokken stedelingen of stadsdeellingen worden gebracht. De opkomst in
België en Nederland van het stadsdichterschap (en in Amsterdam, waar geen stadsdichter
is, van het stadsdeeldichterschap; zo´n stadsdeel is overigens no wel eens groter dan een
gemeente die een stadsdichter bezit) is een historisch gebeuren.
Ik vind dat dit vastgelegd dient te worden. Ik vind dat er iets mee gedaan moet worden. Ik
stel dan ook voor dat, de Commissie voor de Propaganda van het Nederlandse Boek (na het
aanstaande weggeven van een boek van Theo Thijssen bijvoorbeeld kan een stadsdichtuitgave
toch ook?), de Gemeente Amsterdam (een aparte site voor de stadsdeeldichters deze
laatsten bestaan immers alleen in Amsterdam!), èn het Letterkundig Museum in Den Haag
hiertoe afzonderlijk of gezamenlijk maatregelen moeten nemen.
Karel N.L. Grazell - eerste Stadsdeeldichter ZuiderAmstel
en de 3e van Amsterdam
mede namens:
Wim H. Moerenhout
de grijze dichter van Osdorp...
van stadsdeel Osdorp
Reageren?:
Gastenboek |