
De buurt is me lief, maar soms is t er wel eens negatief
Twee van zn buurvrouwen gingen tegelijk hun voordeuren
uit, het voorjaar in. Hijzelf kwam net aanlopen. Goedemiddag, zei hij vrolijk. Maar
zn woorden bleven onbeantwoord hangen in het snel lege portiek.
De kleine buurtwinkel stond prop met mensen: ze kon er nog net bij. Ze wachtte, ze
wachtte, haar oude benen deden er zeer van, en toen mocht ze: graag een pak sinaasappelsap
het was het enige dat ze nodig had. De bedienende dame vroeg aan de baas: hoeveel
kost dit pak? De man haalde zn schouders op, keek naar zn klanten die met hun
oude benen nergens ander naartoe konden lopen, en zei: drie gulden. Ze protesteerde:
ergens anders is het nog niet de helft. Nou, dan gaat u daar toch naar toe, antwoordde de
baas vanuit zn macht als enige winkel in de buurt. Maar ja, dat was een kwartier
lopen heen en dito terug. Ze voelde haar benen en betaalde maar. Zo sterft een buurtwinkel
op den duur. Doodsoorzaak: gruttergraaien?
Het lege huis stonk naar sigarettenrook van de buren, werd dus uitgelucht: alle ramen
tegen elkaar open. Tja, is veel te moeilijk om te repareren. De nieuwe bewoners zullen
straks (onwetend?) in een huis terecht komen dat hen laat meeroken. En zet s winters
maar eens alle ramen tegen elkaar open.
De doctorandus wist nog een plaats te vinden voor zn 1 op 4 Four Wheel Drive
en wandelde het gebouw binnen, waar hij een lezing zou geven over het milieu in
verband met bomendag of zoiets. Ik wed 1 op 4 dat hij dag in, dag uit met zn Four
Wheel Drive overal in den lande het milieu verkende
De oude dame schrok op straat. Ineens hoorde ze naast zich een luide stem die zei:
héééj, die Sjaantje, hoe gaat het met je meid. De oude dame realiseerde zich: mobiele
telefoon. Ze dacht: als je vroeger hardop in jezelf pratend op straat liep, lachten de
mensen je uit, je was een zonderling, misschien werd je zelfs wel opgenomen in een
gesticht. Nu bestaat de wereld bijna uitsluitend uit zonderlingen.
De auto stopte op twee parkeerplaatsen tegelijk. Er werd uitgestapt. De dame die daar ook
haar auto wilde wegzetten, voelde zich onterecht teveel, draaide het portierraampje open:
kunt u uw auto even
? De corpulente man die achter het stuur was weggerold, zei:
dame, als u wat tegen mn parkeren heb, gaat u maar verhuizen.
Een soortgelijk verhaal. In een commissie zat een man met zn pet op. Er werd
besproken of een bepaalde verandering wel geaccepteerd zou worden door de bewoners van een
straat. Hij kreeg van de voorzitter het woord: asse uttur niet meej eens benne, dan motte
se maor verhuise.
De man schreef een klein briefje aan zn buurman of die zich s avonds laat een
beetje wilde inhouden met zn hardop cd-spelen. Er kwam een briefje terug: meneer
moest weten dat hij in een stad woonde en dus moest hij zich maar aanpassen.
Die nacht werd hij wakker van het geluid dat door zn open zomerraam naar binnen
kwam. Hij dacht mistroostig: hoe luid durft Eine kleine Nachtmusik zich hiphoppend door de
onrustig slapende straten te bewegen? Van een uitkering kun je lang uitslapen
De binnenmuur tussen de woningen ging, vertelde een kennis, zon paar maal in de week
s nachts bijna heen en weer. Er kreunde en steunde. En een burenbed stampte alsof er
een bouwvakker werd geconcipieerd.
Er stond die zaterdagmiddag een kleine file bij het benzinestation. Een blauw busje trok
zich daar niets van aan, schoof dreigend vóór. Toen de bestelwagen was bevredigd en
wegreed, riep een man vanuit de file een protest. De busser riep terug: wat hei-je, ik mot
werreke, jij sit in de aa-oo-wei-j.
De protesteerder was wel vroeg grijs, maar toch nog geen vijftig
Het postkantoor ging om negen uur open. Om kwart vóór stond de oudere dame er al, als
enige te wachten. Toen het scherm omhoog ging, kwam er net een vrouw van in de veertig
aanlopen, drong haar weg en greep naar het eerste volgnummertje. Dame verbouwereerde.
n Meneer en n andere mevrouw kregen zo de kans nummer twee en nummer drie te
worden. De dame protesteerde tegen de eerste vrouw. Die draaide zich zowaar naar haar om:
mn machines staan te draaien, mevrouw, ik heb haast.
Het meisje leek erg slaperig. Ze zei desgevraagd dat ze s nachts vaak uit de slaap
werd gehaald door het toilet in de woning naast haar: daar woonden een stuk of vijf mensen
en die gingen natuurlijk naar de wc s nachts en ze werd vaak wakker van al dat
plassen, kreunen en de hard dichtslaande deur van het toilet.
De benedenbuurman had tegen hem gezegd: als u s nachts last van mn lawaai
hebt, belt u dan even. Die nacht was het zwaar: hij belde. Even later stond zn
buurman dronken en onder de pillen tegen zn deur te trappen: kankerlijder, ik krijg
je wel te pakken, ik vermoord je. De deur hield het.
Karel N.L. Grazell
eerste stadsdeeldichter van ZuiderAmstel
en de 3e van Amsterdam
Reageren?:
Gastenboek |