"Ikikikikik en de aanbidding van de Heilige Maag " door Karel N.L. Grazell

<< terug

hoofdmenu

 

 
Ikikikikik en de aanbidding van de Heilige Maag

 
Er is veel anders hier in Buitenveldert - waar ik dus deze zomer naartoe ben verhuisd vanuit de Rivierenbuurt. Ik heb nu een beknopte woning die op pakweg honderd meter afstand ligt van de achtertuin, die eens m’n ouderlijk huis sierde en het paradijs van m’n jeugd was. Natuurlijk, het was toen heel anders. die jeugd was nog niet volgebouwd: vanuit m’n toentertijdse kamer (met een kleine Salamander kachel) had ik een uitzicht dat over kilometers weilanden tot achter de Amstel reikte. En aan de andere kant van de weg waar het nu allang gesloopte huis stond, was men begonnen de oude, verwaarloosde polders om te bouwen tot het Amsterdamse Bos.
Een bevriende dichter, Willem van der Molen, logeerde eens in die kamer van me en aan het ontbijt vroeg m’n moeder hem hoe hij had geslapen, want zoiets vraag je dan. Hij antwoordde: uitstekend, mevrouw, en het wakker worden was nog mooier, ik deed m’n ogen open en vervolgens de gordijnen. En achter het glas van de ramen zag ik verderop de lammetjes. Ik voelde me precies een couveuse-kindje. Over de weg reed nu en dan een auto. Alleen bij Holland-België, die ene keer, reed men met veel: genoeg, denk ik, om het Stadionplein te vullen. Op de radio hoorde ik dan (met Han Hollander verslaggevend op het dak van de tribune van het Olympisch Stadion) het juichen als er een doelpunt viel - en datzelfde juichen kon ik dan ook in het echt horen. Het was in die dagen, afgezien van die eenmalige wedstrijd, bijna stil. Zelfs de geluiden leken niet meer dan een bescheiden decoratie van de stilte. Een leeuwerik zong zich de hemelsblauwe hemel in boven de weilanden, de torenklok bij de Kalfjeslaan sloeg in de verte. Op boerderij De Klap naast ons knerste een karrenwiel een keertje, een paard hinnikte wel eens, een hond blafte misschien, kippen tokten gezapig. En als de zon scheen, scheen de zon, en als het regende, regende het en niemand had het over vuile lucht en klimaat en broeikas en andere doem: die toekomst moesten we nog maken. En als het winter was en het sneeuwde, sneeuwde het helemáál stilte, met alleen een ijsvogeltje duikend van een tak. Toen ik er de leeftijd voor had, trok ik uit het ouderlijk huis en ging in de stad op kamer wonen. Daar was het allemaal wel wat luider, maar de mensen hielden zich over het algemeen in. Nou ja, ik heb wel eens een kamer gehad waar m’n buurman in een enkele nacht een korte geluidsaanval kreeg in z’n slaap, dan kreunde hij: Merie. ik houw sofeel van je, kom nouw, Merie, ik houw enzovoorts. Maar Marie antwoordde niet en de slaper ging verongelijkt weer tot zwijgen over. Sindsdien is er veel gebeurd. met de stilte. De mens ontdekte het tot dan nog zo bescheiden geluid. In de jaren vijftig begon het al: het hoorspel van Paul Vlaanderen barstte de ramen en balkondeuren uit. Tenslotte begon de mens zich, geserveerd door Philips, Sony, Grundig e.v.a., eraan te overvreten. Niet eten, maar vreten: het juiste woord bij die nieuwe verslaving voor de welvarenden en genivelleerden, die ervan overtuigd zijn dat ze aan de hand van elektronici en dj’s hun eigen tekortschietend hier-ben-ik kunnen versterken tot ze zelfs de aanwezigheid van hun naasten niet meer hoeven te horen.
Het is een van symptomen van de ego-cultuur. Dat ikikikikik manifesteert zich ook door geweld, het effe tonen van macht. En door een fiks materialisme, het verorberen en slobberen van welvaart: de aanbidding van de Heilige Maag, noem ik dat wel eens.
Aha, roept dan menigeen uit: het wordt tijd voor normen en waarden (geen waakvlam in het wapen van de politie, respect voor het leven van anderen, van zuks).
Edoch. de Heilige Maag krijgt er een glimlach van (as dat botanisch zou kenne…). En haar aanbidders gaan verder met hun overluidkeelse ellebogen (jaja, kan alwéér niet).
Dat je toch zoveel lawaai over jezelf moet maken om een heel klein beetje ik te zijn en een tikkeltje happy met jezelf te worden.…
Wellicht moeten we eens meer kijken naar Bhutan met z’n Bruto Nationaal Geluk.

Karel N.L. Grazell
eerste stadsdeeldichter van ZuiderAmstel
en de 3e van Amsterdam

Reageren?: Gastenboek

<< terug

hoofdmenu

Bezoekersteller