
Boerderij De Klap
Poging tot een aantal vierkante meters historie van
Buitenveldert,
voordat deze wijk aan de eerste dag van z’n 50 jaar begon
’n Droog verhaal uit eerste helft jaren dertig op
Amstelveenscheweg 799, boerderij De Klap, familie Van der Vaart.
Een smalle weg tussen zware bomen. Een dunne sloot tussen
dijktalud en het erf. Een schuin, smeedijzeren hek en dan de
afrit, die langs de deel liep. ’n Bordje naast de afrit: 2 KAMP
(klopte dat? er was een sloot aan de wegkant dus, een sloot
loodrecht op deze langs de afrit en dan verder tot aan de
Boerenwetering in de verte, een sloot die het weiland parallel
met de weg afsloot van de verdere weiland naar de Amstel, en
tenslotte een sloot weer haaks op de vorige, maar alleen langs
een stukje van het weiland: moest je dan niet spreken over 1
kamp? ik denk dat het grondgebied vroeger groter was), ’n
lijviger bord met melkreclame.
De deel, die grote houten schuur met wat oude wagens erin, zelfs
een begrafeniswagen, leunde tegen een gang in, die bestond uit
baksteentjes, twee deuren en een dak. Die deuren schijnen
redelijk bijzonder te zijn, las ik ergens.
Van de sloot aan de voorkant af (die niet meer op dijkniveau
lag, maar uiteraard op het lagere polderniveau) was er naar de
deel toe eerst een groot grindvlak met een put, een rij leibomen
en dan een bakstenen keuken. De put diende uitsluitend voor de
koeling van de melk in het stalbassin, verder was er gewoon
leidingwater.
Aan de linkerkant, van de weg af gezien, van het grintvlak
stond, ook met leibomen ervoor, het woonhuis, gebouwd op een
grote kelder die deels onder, deels boven de poldergrond was.
Voorin was de grote woonkamer (waren daar bedsteeën?), achterin
de slaapkamer met de bedsteeën voor de warmte tegen de stal
gebouwd.
De koeien stal was gebouwd op een langwerpige terp – er konden
in twee rijen ruim 20 koeien staan.
Achter de stal bevonden zich wat schuren en een varkenskot.
Daarachter de mestput (met ernaast een moestuin) en een weiland.
Er waren twee hooibergen en er stond waar de afrit een slinger
maakte richting varkenskot en weiland een paardenstal.
Wanneer was De Klap begonnen? De terp onder de stal doet denken
aan heel oud: een tijdje nadat men de Boerenwetering begon als
afwatering van het venen? De paardenstal leek me uit ikzegmaar
eind 17e, begin 18e eeuw. Het woonhuis ergens uit de 18e eeuw.
De Klap is ook wel op kaarten te vinden uit der laatste decennia
van die eeuw. De koeienstal maakte op me een oudere indruk.
Waarom De Klap? Misschien een klapbruggetje over de sloot langs
de Veendijk (=Amstelveenscheweg)? Of, wellicht beter (zo breed
was die sloot niet): een klaphek – dat dus automatische
dichtviel door de zwaartekracht?
Mijn ouderlijk huis, deel van drie-onder-één-kap en met
huisnummer 797, stond aan de noordkant van de boerderij, maar
zonder sloten, wel met een voor- en een grote achtertuin (de
laatste langs de koeienstal).
De familie Van der Vaart bestond uit een oude moeder (in mijn
kinderogen ver over de honderd), oudste zoon Jan (doof,
onverstoorbaar), Toon (jonger, opstandig), Piet (een veulen,
trouwde later met Mien, een mollige lachebek die veel gretigheid
op de Amstelveenscheweg inspireerde, en startte een melkwinkel
in de Van Speijkstraat), en Stein, de dochter. Hadden ze lagere
school? De meesten niet, denk ik.
Wellicht woonde de familie allang van generatie op generatie op
de boerderij. Hun naam doet me dat denken: de sloot die langs de
afrit naar de Boerenwetering ooit was gegraven, was een stuk
breder dan de meer gebruikelijke afwateringslootjes en had dus
iets van een wat smalle vaart.
De familie Van der Vaart leefde van de 20, 22 koeien, een toom
kippen, soms enkele varkens. En van de moestuin. Er was een
tijdje een volwas paard: naast de vos (een wat kleine paard) dat
de wagens altijd trok.
De koeien werden tegen het voorjaar uitgeweid in land vlak
achter Het (Grote) Kalfje. Dat betekende elke dag twee keer heen
en weer: smalle Amstelveenscheweg af, smalle Kalfjeslaan uit. De
koeien werden tegen voorjaar en winter te voet over weg en laan
gedreven naar de weidegrond resp. naar de stal.
De dieren werden bijgevoed met vooral schillen. Elke middag kwam
een schillenboer in de deel z’n wagen vol schillen stukje voor
stukje uitzoeken: voor de konijnen, voor de varkens, voor de
koeien, ai, een mesje (en een koe mag natuurlijk nooit, nooit
scherp in hebben).
’s Winters hooi uit de polder over het spoor, bij de Nieuwe
Kalfjeslaan – later van de Oeverlanden; ik hielp (net als m’n
vader: snel, snel,. voor het gaat regenen) met opladen van de
wagen en met opsteken in de berg.
De melk werd door Stein lopend uitgevent in de buurt, en door
Jan per paard en wagen in de Jordaan, op de Leidsekade (na ’36
met het pontje van het gedempte Rokin er naartoe) en in de
Staatsliedenbuurt. Ik ging, vooral toen ik wat ouder werd, vaak
mee als ik tijd had: melken, melkslijten
(veel armoe, morsige peignoirs, kwart of halve liter met
scheutje toe).
Ik kwam vaak op de boerderij: ik kon meestal nergens anders
heen. De Amstelveenscheweg was een
lange weg met rechts het aanstaande Boschplan, met links een
mijlenlang, leeg uitzicht naar de Amstel en nog verder. En
vrienden dan? In de buurt eigenlijk niet: veel verschil in stand
en geloof, dat telde toen nog erg. Ik was in Amstelveen op de
lagere school, vriendjes (zoals Okko Reussien van Stichting Aap)
woonden ver bij de Karselaan: te ver om even een kwartiertje
naartoe te gaan. later, in ’40-’45, kon ik maar erg onregelmatig
buiten zijn, dank zij de eventuele granaatscherven van het op
het botenhuis geplaatste Flak en Schnellflak.
Na ’45 kwam ik niet meer op de boerderij; ik ging naar de stad,
naar de Universiteit. Er raakte steeds minder boerderij over.
Half jaren vijftig zag ik nog enkele Van der Vaarts: de moeder
was allang gestorven, Toon ook, aan pleuritis, Stein verhuisde
naar een verdiepinkje bij de Zeilstraat – maar ik reed met m’n
vader eens mee naar Lunteren en daar had Piet met Mien een
dichtbekipte ‘hoenderfarm’, en Jan zat oud en doof z’n leven uit
op een bankje in de zon die onze latere jaren dankzij Suurhof en
Drees zo rijkelijk mag beschijnen…
PS: ik heb dit zuiver op geheugen geschreven, niets speciaal
geraadpleegd, dus hebt u correcties, of aanvullingen: graag.
Karel N.L. Grazell
eerste stadsdeeldichter van ZuiderAmstel
en de 3e van Amsterdam
Reageren?:
Gastenboek |