Column Karel N.L. Grazell

<< terug

hoofdmenu

 

 

Een sprookje met gak

Er was ereis een weids vliegveld dat kipvol was met ganzen. Op de Kolderbaan en de Plaagbaan stonden de vogels gereed om op te stijgen. De Wurgbaan en de Kwellertbaan waren klaar om dalende ganzen te ontvangen. En overal om de banen heen zag je de witte dieren geparkeerd. Tienduizenden, en uit vele landen. Het waren vooral rotganzen en op de entréehal stonden dan ook de onsterfelijke woorden van Kees Stip:

‘ik ben lang niet zo’n rotgans als men denkt’
(maar dan in het Gaks)

Er was veel ordelijkheid, hoe druk het ook was. Maar soms klonk er uit de speakers:
MENS OP DE BAAN, MENS OP DE BAAN!
En dan zag je hoe alle ganzen op het vliegveld tijdelijk bevroren. En de ganzen die in de lucht bezig waren met opvliegen of dalen, vluchtten zo snel mogelijk in het hemelsblauw. Gevaar. Gevaar. Mens op de baan. Mens. MENS!
Overal stonden borden, ronde borden met zwart op wit een mensensilhouet en met een rode rand er omheen. Want er was groot risico als er een mens op de baan was: met opstijgen of landen botste je als gans maar al te gauw tegen zo’n hinderlijk wezen aan en lag je klaar voor de brancard.
Ineens klapwiekte er dan na zo’n noodsignaal een toom van tientallen snelganzen gezamenlijk de lucht in. Ze kwamen even later terug met ’n mens, hangend aan hun snavels.
Boven een roodomlijnd vlak op een parkeerplaats lieten ze hem (m/v) vallen. En meteen kwamen andere ganzen, pakten de bewusteloos of zelfs dood gevallene weer op en vlogen hem (m/v) naar het grote meer. Daar wierpen ze het lichaam in het water: mensen zijn zeker op een vliegveld lastig voor ganzen, mensen moeten verdwijnen.
Tenminste, zo was het.
Want de Hoge Raad van Rotganzen heeft gisteren gevonnist dat mensen wel degelijk op het vliegveld mogen komen, hoe gevaarlijk ze ook zijn. Immers, vrijheid van aanwezigheid is een groot goed dat direct bij het artikel over vrijheid van gakkingsuiting staat in de Grondwet van het Ganse Land. En die wet geldt voor alle levende onderdanen, ook voor mensen.
Het vliegveldbestuur heeft meteen nieuwe bordjes bedacht:

Gak gak gak gak.
Gak gak gak.
Gak gak gak gak gak.

Ik denk dat het betekent: ’n Goede raad. Blijf niet staan, ga weg van de baan.
Maar of dat de tekst in het Mens is? Geen idee. Mensen spreken geen Gaks.
Of kent u er heel toevallig één?

Karel N.L. Grazell
eerste stadsdeeldichter van ZuiderAmstel
en de 3e van Amsterdam

Reageren?: Gastenboek

<< terug

hoofdmenu

Bezoekersteller