
Een sprookje met
gak
Er was ereis een weids
vliegveld dat kipvol was met ganzen. Op de Kolderbaan en de
Plaagbaan stonden de vogels gereed om op te stijgen. De Wurgbaan
en de Kwellertbaan waren klaar om dalende ganzen te ontvangen.
En overal om de banen heen zag je de witte dieren geparkeerd.
Tienduizenden, en uit vele landen. Het waren vooral rotganzen en
op de entréehal stonden dan ook de onsterfelijke woorden van
Kees Stip:
‘
‘ik ben lang niet zo’n rotgans als men denkt’
(maar dan in het Gaks)
Er was veel ordelijkheid, hoe druk het ook was. Maar soms klonk
er uit de speakers:
MENS OP DE BAAN, MENS OP DE BAAN!
En dan zag je hoe alle ganzen op het vliegveld tijdelijk
bevroren. En de ganzen die in de lucht bezig waren met opvliegen
of dalen, vluchtten zo snel mogelijk in het hemelsblauw. Gevaar.
Gevaar. Mens op de baan. Mens. MENS!
Overal stonden borden, ronde borden met zwart op wit een
mensensilhouet en met een rode rand er omheen. Want er was groot
risico als er een mens op de baan was: met opstijgen of landen
botste je als gans maar al te gauw tegen zo’n hinderlijk wezen
aan en lag je klaar voor de brancard.
Ineens klapwiekte er dan na zo’n noodsignaal een toom van
tientallen snelganzen gezamenlijk de lucht in. Ze kwamen even
later terug met ’n mens, hangend aan hun snavels.
Boven een roodomlijnd vlak op een parkeerplaats lieten ze hem
(m/v) vallen. En meteen kwamen andere ganzen, pakten de
bewusteloos of zelfs dood gevallene weer op en vlogen hem (m/v)
naar het grote meer. Daar wierpen ze het lichaam in het water:
mensen zijn zeker op een vliegveld lastig voor ganzen, mensen
moeten verdwijnen.
Tenminste, zo was het.
Want de Hoge Raad van Rotganzen heeft gisteren gevonnist dat
mensen wel degelijk op het vliegveld mogen komen, hoe gevaarlijk
ze ook zijn. Immers, vrijheid van aanwezigheid is een groot goed
dat direct bij het artikel over vrijheid van gakkingsuiting
staat in de Grondwet van het Ganse Land. En die wet geldt voor
alle levende onderdanen, ook voor mensen.
Het vliegveldbestuur heeft meteen nieuwe bordjes bedacht:
Gak gak gak gak.
Gak gak gak.
Gak gak gak gak gak.
Ik denk dat het betekent: ’n Goede raad. Blijf niet staan, ga
weg van de baan.
Maar of dat de tekst in het Mens is? Geen idee. Mensen spreken
geen Gaks.
Of kent u er heel toevallig één?
Karel N.L. Grazell
eerste stadsdeeldichter van ZuiderAmstel
en de 3e van Amsterdam
Reageren?:
Gastenboek |