Column Karel N.L. Grazell

<< terug

hoofdmenu

 

 

de angina pectoris van Buitenveldert

Een aardig deel van m’n leven heb ik, al zeg ik het zelf, heel hard meegewerkt aan het bereiken van de welvaart en het welzijn waaronder we nu ‘lijden’. Ik was reclamemaker en als een klant alwéér met een spoedopdracht kwam, riep ik wel eens: jullie dagdromen zijn mijn nachtmerries. En dat was vaak letterlijk waar.
Ook heb ik in m’n leven aardig wat met de auto gereden. En omdat m’n gezin 6 persoenen telde en meestal 5 katten, moest ik nogal groot wonen en dat kostte veel stook. En… en…
O zeker, ik ben mede schuldig aan wat er om ons heen gebeurt… mea culpa wat milieu betreft. Wisten we niet anders? Konden we niet anders? Of hadden we – en dan vanaf een zeker ,moment – het idee van aprčs nous le déluge?
M’n jeugd tijdens de jaren dertig heeft me nooit aangeleerd om met vakantie te gaan. We gingen wel eens bij m’n grootouders logeren in Tiel. We stapten dan met kater Poepie in een hokje met horrengaas en met hond Tommie op het ‘treintje’ (jazeker, die Amstelveense moordenaar): soms bij de halte Kalfjeslaan (waar Schras woonde), vaak kon dat daar niet en moesten we naar het stationnetje aan de kruising met de Amsterdamseweg. En dan stapten we over bij Nieuwersluis op de ‘grote trein’. Het was nooit leuk om bij opa en opoe te logeren: Tiel was in die tijd een saaie stad van verschaalde deftigheid en navenante armoede, geschikt om een existentiële neurose op te doen. Het grootste amusement daar was de pont die dood en doodstil op en neer voer over de Waal.
Toen eenmaal de welvaart m’n volwassenheid binnenwandelde, was ik dan ook geen vakantieman. Ik heb nooit Zwitserland gezien of Scandinavië. Ik ben nooit aan een Costa geweest, of het moet de Costa da Kade zijn in Amsterdam. In een vreemde stad ben ik ook nooit een kijker naar bezienswaardig. Geen Madeleine gezien, geen huisvesting van de een of andere roemruchte Romeinse god, geen Londense Zoo.
’t Is zelfs bijna veertig jaar geleden dat ik voor het laatst ‘eruit’ ben geweest met vakantie: met m’n exvrouw (die toen voor het eerst vloog) naar datzelfde Londen. Leuke stad om er drie dagen te zijn (wij waren er vijf) of om te gaan wonen (maar dat is nooit doorgegaan). Ik weet nog hoe we terugvlogen naar Amsterdam. We gingen naar 10 kilometer hoogte en toen daalden we als een zilveren horzel recht op Schiphol af. Ik zag op een gegeven ogenblik een kwart van Nederland in de augustuszon liggen. En ik zag hoe vanaf het strand van de Noordzee een wat grijzige, doorzichtige koepel zich over het land welfde: l’haleine sale.
Het is nu weer zo\n vier decennia later. En zowaar, we hebben een wethouder Herrema die Amsterdam een stukje schoner wil. Dat is z’n goed recht, en z’n goede plicht. Het kabinet ziet er wel niet zoveel in, maar vooruit, er is geen balk die z’n plannen ten ende afsluit.
En wat is z’n belangrijkste plan? Die vuile, smerige auto’s weren. Nou ja, niet alle auto’s, want dan
komt de hele stad in opstand en niemand heeft behoefte aan omgegooide trams, omgegooide bussen, omgegooide auto’s en gebarricadeerde straten – hoewel het kabinet meer ziet in afgesloten straten. Maar auto’s weren die over de veertig zijn, is al een hele daad.
En als dat gaat gebeuren… prachtig, hoewel: dan gebeurt het alleen binnen de ringweg. Want die vele uitgestrekte kilometers van de tuinsteden, die zijn juist prachtig voor die bejaarde auto’s. Daar is de lucht schoon, meneer, schóón!
Neem Buitenveldert nou eens. Buiten de ring. Ikzelf woon in Bolestein. En daarlangs gáát me een weg (de Amstelveense): de hele dag stampvol met auto’s en vooral dankzij verkeerslichten frequent met files verstopt. Voorwaar de angina pectoris van Buitenveldert. Dat stinkt, dat CO2’t, dat fijnstoft. En dan denk ik niet aan al die auto’s die de Amstelveenseweg stiekem verlaten en door Buitenveldertse straten sluipen om zich schouder aan duwende schouder te verzamelen voor de onderdoorgangen van de ringweg.
En dat alles natuurlijk vice versa.
Maar ja, de wethouder van de stad is maar wethouder en zéker geen cardioloog. Mag Buitenveldert, vraag ik maar als ademende leek, van hem dus wel een beetje stikken?

Karel N.L. Grazell -
eerste stadsdeeldichter van ZuiderAmstel
en de 3e van Amsterdam

Reageren?: Gastenboek

<< terug

hoofdmenu

Bezoekersteller