
de angina pectoris van Buitenveldert
Een aardig deel van m’n leven heb ik, al zeg ik het zelf, heel
hard meegewerkt aan het bereiken van de welvaart en het welzijn
waaronder we nu ‘lijden’. Ik was reclamemaker en als een klant
alwéér met een spoedopdracht kwam, riep ik wel eens: jullie
dagdromen zijn mijn nachtmerries. En dat was vaak letterlijk
waar.
Ook heb ik in m’n leven aardig wat met de auto gereden. En omdat
m’n gezin 6 persoenen telde en meestal 5 katten, moest ik nogal
groot wonen en dat kostte veel stook. En… en…
O zeker, ik ben mede schuldig aan wat er om ons heen gebeurt…
mea culpa wat milieu betreft. Wisten we niet anders? Konden we
niet anders? Of hadden we – en dan vanaf een zeker ,moment – het
idee van aprčs nous le déluge?
M’n jeugd tijdens de jaren dertig heeft me nooit aangeleerd om
met vakantie te gaan. We gingen wel eens bij m’n grootouders
logeren in Tiel. We stapten dan met kater Poepie in een hokje
met horrengaas en met hond Tommie op het ‘treintje’ (jazeker,
die Amstelveense moordenaar): soms bij de halte Kalfjeslaan
(waar Schras woonde), vaak kon dat daar niet en moesten we naar
het stationnetje aan de kruising met de Amsterdamseweg. En dan
stapten we over bij Nieuwersluis op de ‘grote trein’. Het was
nooit leuk om bij opa en opoe te logeren: Tiel was in die tijd
een saaie stad van verschaalde deftigheid en navenante armoede,
geschikt om een existentiële neurose op te doen. Het grootste
amusement daar was de pont die dood en doodstil op en neer voer
over de Waal.
Toen eenmaal de welvaart m’n volwassenheid binnenwandelde, was
ik dan ook geen vakantieman. Ik heb nooit Zwitserland gezien of
Scandinavië. Ik ben nooit aan een Costa geweest, of het moet de
Costa da Kade zijn in Amsterdam. In een vreemde stad ben ik ook
nooit een kijker naar bezienswaardig. Geen Madeleine gezien,
geen huisvesting van de een of andere roemruchte Romeinse god,
geen Londense Zoo.
’t Is zelfs bijna veertig jaar geleden dat ik voor het laatst
‘eruit’ ben geweest met vakantie: met m’n exvrouw (die toen voor
het eerst vloog) naar datzelfde Londen. Leuke stad om er drie
dagen te zijn (wij waren er vijf) of om te gaan wonen (maar dat
is nooit doorgegaan). Ik weet nog hoe we terugvlogen naar
Amsterdam. We gingen naar 10 kilometer hoogte en toen daalden we
als een zilveren horzel recht op Schiphol af. Ik zag op een
gegeven ogenblik een kwart van Nederland in de augustuszon
liggen. En ik zag hoe vanaf het strand van de Noordzee een wat
grijzige, doorzichtige koepel zich over het land welfde:
l’haleine sale.
Het is nu weer zo\n vier decennia later. En zowaar, we hebben
een wethouder Herrema die Amsterdam een stukje schoner wil. Dat
is z’n goed recht, en z’n goede plicht. Het kabinet ziet er wel
niet zoveel in, maar vooruit, er is geen balk die z’n plannen
ten ende afsluit.
En wat is z’n belangrijkste plan? Die vuile, smerige auto’s
weren. Nou ja, niet alle auto’s, want dan
komt de hele stad in opstand en niemand heeft behoefte aan
omgegooide trams, omgegooide bussen, omgegooide auto’s en
gebarricadeerde straten – hoewel het kabinet meer ziet in
afgesloten straten. Maar auto’s weren die over de veertig zijn,
is al een hele daad.
En als dat gaat gebeuren… prachtig, hoewel: dan gebeurt het
alleen binnen de ringweg. Want die vele uitgestrekte kilometers
van de tuinsteden, die zijn juist prachtig voor die bejaarde
auto’s. Daar is de lucht schoon, meneer, schóón!
Neem Buitenveldert nou eens. Buiten de ring. Ikzelf woon in
Bolestein. En daarlangs gáát me een weg (de Amstelveense): de
hele dag stampvol met auto’s en vooral dankzij verkeerslichten
frequent met files verstopt. Voorwaar de angina pectoris van
Buitenveldert. Dat stinkt, dat CO2’t, dat fijnstoft. En dan denk
ik niet aan al die auto’s die de Amstelveenseweg stiekem
verlaten en door Buitenveldertse straten sluipen om zich
schouder aan duwende schouder te verzamelen voor de
onderdoorgangen van de ringweg.
En dat alles natuurlijk vice versa.
Maar ja, de wethouder van de stad is maar wethouder en zéker
geen cardioloog. Mag Buitenveldert, vraag ik maar als ademende
leek, van hem dus wel een beetje stikken?
Karel N.L. Grazell -
eerste stadsdeeldichter van ZuiderAmstel
en de 3e van Amsterdam
Reageren?:
Gastenboek |